Symptomen

  • De gebruiker wil andere sneltoetsen gebruiken dan de standaard omdat ze te lang zijn of te lastig om te onthouden.
  • De gebruiker wil bepaalde functionaliteit via het toetsenbord regelen.

Remedie

  • Pas bestaande toetscombinaties aan.
  • Ontwerp nieuwe sneltoetsen.
  • Ken functies toe aan het toetsenbord.

Verdieping

Het aantal sneltoetsen dat door Microsoft in Windows en Office is bedacht voor allerlei taken en handelingen, is uitgebreid, maar uiteindelijk nooit volledig. Er zijn altijd wel handelingen te bedenken die u vaak uitvoert, waarvoor niet zo’n handige, of zelfs helemaal geen sneltoets beschikbaar is. Gelukkig kunt u ook sneltoetsen aanpassen of zelf aanmaken voor allerlei handelingen wat u in diverse andere items in deze uitgave kunt terugvinden.

Hier concentreren we ons op het aanpassen van het toetsenbord, waar speciale functies voor zijn in de Officeomgeving.

Om uw toetsenbord aan te passen gaat u als volgt te werk (we gebruiken in onderstaande demonstratie Word om een lintoptie waarvoor geen sneltoets is te voorzien van een handige toetscombinatie).

  1. Druk op de toetscombinatie [Ctrl]+[Alt]+[Num +]. De muiswijzer verandert nu van vorm (zie bovenstaande figuur).
  2. Kies in menu of lint de optie Invoegen, Datum en tijd (mag ook een andere opdracht zijn natuurlijk). Mocht u de actie willen afbreken en nu toch liever even niets willen kiezen, dan kunt u deze functie altijd annuleren met [Esc].
    Zodra u uw keuze gemaakt heeft, verschijnt het venster Toetsenbord aanpassen.

In het vak ‘Druk op nieuwe sneltoets’ wacht het programma nu op wat u gaat toekennen als sneltoets voor deze opdracht. Let op: soms staat er al een sneltoets aangegeven, en in bepaalde gevallen leest u dat uw toetscombinatie al in gebruik is voor een andere functie.

  1. Typ als ‘eerste poging’ eens [Ctrl]+[d]. Meteen leest u eronder dat deze toetscombinatie in gebruik is voor de opdracht OpmaakLettertype.
  2. Haal uw toetscombinatie weg. Dat doet u met [Backspace], want dat is de enige toets die hier normaal werkt. Alle andere kunnen als sneltoets dienen – overigens samen met de combinatietoetsen is ook [Backspace] als (deel van een) sneltoets te gebruiken.
  3. Voer een geschikte toetscombinatie in: in de figuur kozen we voor de nogal omslachtige sneltoets [Alt]+[Ctrl]+[Shift]+[d]. Die bestaat nog niet, tenminste niet voor een opdracht.
  4. Kies Toewijzen zodat de combi links in het venster verschijnt.
  5. Sluit de procedure af met Sluiten.
  6. Probeer de sneltoets uit.

Zo zijn alle functies, knoppen en opties te voorzien van uw eigen sneltoetsen, bijvoorbeeld via de combi [Ctrl]+[Alt]+[Num +] die u naar de aanpasmodus leidt. Het mag in de lintversies overigens ook via een omslachtiger weg: via de Office-knop (versie 2007) of tab Bestand (2010), Opties, (Lint) Aanpassen, optie Sneltoetsen aanpassen.

Verder kennen de lintversies ook de mogelijkheid om de knoppen op de werkbalk Snelle toegang – en daar kunnen in principe alle functies en opdrachten verschijnen – te voorzien van eigen sneltoetsen. Zie onderstaande figuur waar de sneltoets [Alt]+[Ctrl]+[o] voor de knop Opslaan is toegewezen. Normaal gesproken is de sneltoets daarvoor [Ctrl]+[s] (die verschijnt dan in het uitlegkadertje) of [Shift]+[F12] en er zijn nog andere mogelijkheden. Maar als u na de aanpassing de knop Opslaan aanwijst in de werkbalk, staat uw eigen ingestelde sneltoets in het uitlegkader.

Verwijderen

Als u spijt heeft van een eenmaal ingestelde sneltoets – bijvoorbeeld omdat u daardoor een andere functie niet meer handig kunt activeren – kunt u uw definitie weer verwijderen. Dan weet u daarbij vast niet meer wat de oorspronkelijke toegewezen sneltoets was. Voor de Å was dat bijvoorbeeld [Alt]+[Ctrl]+[Shift]+[w] of [Ctrl]+[Shift]+[2] [Shift]+[a] (het is een raadsel hoe de programmamakers hierop zijn gekomen). In het venster Toetsenbord aanpassen staan gelukkig alle gebruikte sneltoetsen in een vakje bij elkaar. Daar kunt u ze aanklikken en eventueel Verwijderen. En er is ook een knop die de Beginwaarde(n) kan herstellen.

Andere versies

  • In de oudere versies van Office waarin het menu in gebruik is, wordt een nieuwe toetscombinatie ook in het submenu vermeld achter de optie die u heeft gekozen, in versie 2007/2010 ziet u een nieuwe sneltoets niet altijd terug, maar in ieder geval altijd in het venster Toetsenbord aanpassen.
  • U kunt de procedure om eigen sneltoetsen te definiëren in de versies tot met 2003 ook starten vanuit het aanpassingsvenster voor de werkbalken, menuopdrachten en de opties daarin. Onderin dat venster bevindt zich de knop Toetsenbord en die brengt u in het toewijzingsvenster zoals boven is beschreven. Dan moet u daar wel zelf de menuoptie (categorie en opdracht) die u van een sneltoets wilt voorzien, opzoeken. Maar verder werkt dat hetzelfde.

Tips

  • U kunt ook zelf uw toetsen maken voor uw bijzondere tekens zoals u in een ander item in deze uitgave kunt lezen. Maar er kleeft wel een klein nadeel aan in de lintversies van Office: u moet ze onthouden, want ze verschijnen niet in een of ander uitlegkadertje. Eventueel moet u ze nog eens opzoeken in het venster Symbool, waar ook uw eigen sneltoetsen staan vermeld bij de tekens. Kies dus voor sneltoetsen die u gemakkelijk kunt ‘afleiden’ uit het teken dat u maakt.
  • Het is ook mogelijk eigen ‘dode’ toetsen maken (misschien een idee voor als uw toetsenbord die niet heeft en de indeling VS-International wel erg sterk afwijkt van de opschriften op uw toetsen). We demonstreren de werkwijze aan de hand van enkele veel voorkomende lettertekens uit het Deens:
  1. Open het venster Symbool, selecteer het teken Å en klik op de knop Sneltoets. In het toewijzingsvenster staan eventueel al standaard gedefinieerde sneltoetsen (zie onderstaande figuur).

  1. Druk nu de gewenste toetsen in. Voor dit voorbeeld toetst u eerst de combi [Alt]+[Ctrl]+[Shift]+[a] in en vervolgens de [o] (de komma in het vak verschijnt automatisch). Zo krijgt u een dode toets die wacht op de tweede toets. Probeer hem maar uit.
  2. Stel nu voor het teken Æ de sneltoets [Alt]+[Ctrl]+[Shift]+[a] gevolgd door [e] in. Omdat u dezelfde combinatie als dode toets gebruikt als bij de definitie van de Å, geeft Word bij het intoetsen aan dat het hier een [eerste toets] betreft, oftewel uw dode toets.
  3. Het wordt nu een steeds kleiner probleem om Deens te typen. Dus bedenk zelf ook nog even een sneltoets voor de Ø.

Mocht u voor de laatste als combi [Alt]+[Ctrl]+[Shift]+[o] [/] hebben gekozen, dan is dat goed geredeneerd. Maar houd er wel rekening mee dat uw keuze een onverwacht gevolg kan hebben als een sneltoetscombinatie al door Office wordt gebruikt. Gelukkig geeft het programma wel aan dat een bepaalde toetscombinatie al in gebruik was.

Zie ook

Speciale tekens

Macro’s